"Stadhuis en planetarium"

Geschiedenis

Franeker zou rond 800 zijn ontstaan als een Karolingisch castellum. De naam zou afkomstig zijn van "Froon-acker", ofwel "land van de heer/koning"; de oudste straat van de stad heet nog steeds Froonacker. Van de 11e eeuw tot de 16e eeuw ontwikkelde Franeker zich tot het bestuurlijk centrum van noordelijk Westergo. In de 15e eeuw vestigde hertog Albrecht van Saksen zich in Franeker. Het stadje leek zich tot hoofdstad van Friesland te ontwikkelen, maar werd overvleugeld door Leeuwarden. Het verhaal gaat dat inwoners van Franeker in de Middeleeuwen geprobeerd hebben een kerkklok te stelen uit Harlingen. Sindsdien worden de Franekers klokkendieven genoemd.

       

"De Academia van Vrieslant", Vijverstraat.

Toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in opstand kwam tegen Spanje, koos Franeker al vroeg de zijde van Willem van Oranje. Franeker werd hiervoor in 1585 beloond met een universiteit, de Universiteit van Franeker, op de Universiteit van Leiden na de oudste van Nederland. Er werden vier redenen aangevoerd: het was goedkoper dan studeren in Leiden, de ouders konden beter op het gedrag van hun kinderen letten, het was goed voor de ontwikkeling van de bevolking en het geld dat de studenten zouden uitgeven bleef binnen de provincie. Aan deze "Franeker Academie", geschonken door de Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau en geopend op 29 juli 1585, kon men theologie, rechten, medicijnen, klassieke talen, wijsbegeerte en wis- en natuurkunde studeren. Een van de studenten was prins Willem IV.

Franeker in de Patriottentijd

In de 18e eeuw raakte de stad in verval, maar in de patriottentijd deed Franeker nog van zich spreken. In september 1785 werd het tweehonderdjarig bestaan van de Hogeschool gevierd. Prinses Wilhelmina van Pruisen nam deel aan de feestelijkheden zonder haar echtgenoot, die zich geconfronteerd zag met verlies aan macht en invloed en al zijn bevoegdheden wilde opgeven: overal in het land waren exercitiegenootschappen opgericht, het dragen van oranje was sinds enkele weken verboden en in 's Gravenhage was hij uit zijn militaire functie ontzet. In mei 1787 werd het de studenten en professoren (zoals Johan Valckenaer) verboden deel te nemen aan de oefeningen van het exercitiegenootschap. De Staten van Friesland vaardigden eind mei bovendien een verbod uit om wapens aan te schaffen, met als gevolg dat de patriotten zich in hun vrijheid voelden aangetast. Binnen enkele dagen zouden in Friesland nieuwe regeringsreglementen in werking treden, met strengere eisen aan de vroedschapsleden. De Staten van Friesland waren bang voor een herhaling van wat zich in augustus 1786 in de stad Utrecht had afgespeeld: daar hadden de landelijk verzamelde exercitiegenootschappen de prinsgezinde leden van de stadsregering aan de kant gezet. Enkele weken later dreigde een Pruisische inval en meteen werden in sommige plaatsen defensiegenootschappen opgericht, want het gewest Holland wilde geen excusus aanbieden voor de aanhouding van de prinses, die naar Goejanverwellesluis was opgebracht. Begin september 1787 trok een tiental rebellerende Friese statenleden, onder leiding van Court Lambertus van Beyma zich terug in Franeker, nadat Provinciale Staten iedere steun aan Holland (en de stad Utrecht) verboden had. Franeker werd in staat van verdediging gebracht. Harlingen weigerde mee te werken en de aanvoer van manschappen, wapens en munitie via Makkum was geen succes. De discipline was ver te zoeken, de drank vloeide rijkelijk; steun vanuit de bevolking bleef achterwege.

 

Toen Pruisische troepen steeds meer oprukten naar het Noorden, verlieten de tot wanhoop gedreven leiders op zondagmiddag 23 september de stad na de kerkdienst. De aftocht verliep zo rommelig en zo overhaast dat ze vergaten de uiterst belastende, ondertekende declaratoiren (documenten) mee te nemen. De leiders schoven elkaar de schuld in de schoenen en hadden jaren later nog ruzie, toen ze in Frankrijk hun terugkeer afwachtten.

 

De kopstukken zijn via Workum, waar de prinsgezinden de stuipen op het lijf werden gejaagd, door te roven en te schieten, via Lemmer of Stavoren naar Amsterdam gevlucht. Een enkeling vluchtte via Groningen of Ameland naar Duitsland zoals Eise Eisinga. Een twintigtal patriotten uit Franeker werd gevangen gezet in het blokhuis te Leeuwarden en veroordeeld. Uiteindelijk zou ook een tiental patriotten uit Bolsward de dupe worden, omdat de raad van Bolsward als enige stad in Friesland de Pretense Staten had erkend. Zie ook De Patriottentijd in Bolsward.

 

19e en 20e eeuw

In 1811 liet Napoleon de universiteit sluiten. De opvolger van de Franeker Academie was het Rijksatheneum, dat van 1815 tot 1847 heeft bestaan, maar - evenals zijn voorganger - uiteindelijk aan gebrek aan studenten ten onder ging. De collectie van de universiteitsbibliotheek, die veel zeldzame oude drukken bevat, werd overgebracht naar de provinciale bibliotheek te Leeuwarden (thans: Tresoar).

 

Ofschoon de stad niet meer over een universiteit beschikt, vinden er toch nog af en toe academische promoties plaats. Promovendi van de Rijksuniversiteit Groningen die promoveren op een onderwerp dat met Friesland te maken heeft of die een band met Friesland hebben, mogen hun proefschrift in de Franeker Martinikerk verdedigen.

 

In 1984 werden de gemeenten Franeker en Franekeradeel, alsmede een deel van de gemeente Barradeel samengevoegd tot de huidige gemeente Franekeradeel.

 

 

 

Terug naar boven.