STRUCTUURVISIE, BESTEMMINGSPLAN EN WELSTANDSNOTA.

In de Structuurvisie wordt omschreven hoe in grote lijnen de historie is geweest en wat globaal de gewenste ontwikkeling is. Het is een ruimtelijk beleidskader. Het geeft uitgangspunten voor Bestemmingsplan en Welstandsnota.
Daarom is het opletten geblazen bij een herziening van de Structuurvisie. Hoewel het een abstract onderwerp is, is dit het moment dat je maximaal invloed hebt. Een bezwaar tegen een onderwerp in het Bestemmingsplan of Welstandsnota is zinloos als dit al in de Structuurvisie reeds is geregeld.

In januari 2015 is een nieuwe versie van het Structuurplan gepubliceerd.
Onze vereniging heeft op 3 maart een zienswijze hierop ingediend: 
>  zie aan het eind van deze pagina
.

Een aantal van onze opmerkingen zijn meegenomen en gelukkig is er tegenwoordig veel meer aandacht voor de waarde van de Binnenstad als eeuwenoude Universiteitsstad. Het aanstellen van een Binnenstadsmanager heeft veel in beweging gezet.

Bestemmingsplan:

Het gebied Bloemketerp heeft een eigen bestemmingsplan.

Het Bestemmingsplan wordt op basis van de Structuurvisie opgesteld. Hierin worden functies en ruimtebeslag geregeld. Er worden details op basis van het Structuurplan uitgewerkt en er wordt voor de straten, panden en groenvoorzieningen aangegeven wat er mogelijk is voor (ver)bouw, gebruik of toepassing. Het Bestemmingsplan is het toetsingskader voor alle (bouw)vergunningen, tegenwoordig Omgevingsvergunning.

   In het bestemmingsplan voor de Binnenstad uit 1981 waren alle panden voorzien van een waardering:
- Beschermd monument
- Beeldbepalend
- Indifferent
- Architectonisch beeldverstorend
- Structureel beeldverstorend

 Vervolgens hebben alle gemeenten in 1990 op verzoek van het Rijk een lijst opgesteld van in aanmerking komende monumenten die nog niet op de monumentenlijst staan, MIP,  (Monumenten Inventarisatie Project.)

Voor Franekeradeel heeft de Stichting tot behoud van het Franeker Stadsschoon in 2001 hieruit een overzicht gepubliceerd in de vorm van een boekje met kleurenfoto's. 

In het bestemmingsplan van 2007 is van de panden geen waardering vermeld. Volgens de gemeente worden de panden voldoende beschermd door de Welstandsnota. Er zal geen Gemeentelijke Monumentenlijst worden opgesteld.

 Onze vereniging heeft hierbij de nodige bedenkingen: 

1 De adviezen van de Welstandscommissie kunnen door B&W worden genegeerd. 
2 In de gemeenteraad heeft het Beschermd Stadsgezicht weinig aandacht.
3 Economische belangen wegen vaak zwaarder dan het behoud van waardevolle         elementen.

 Bij een herziening  van het Bestemmingsplan is het nu verplicht om waardevolle karakteristieke  panden en structuren te benoemen en aan te geven op welke wijze men de bescherming vorm wil geven.
In de binnenstad bestaat een zekere mate van bescherming door het Beschermd Stadsgezicht, maar in de randen er om heen staan ook zeer waardevolle panden. 
Vele panden hebben een voor de geschiedenis van Franeker een belangrijke waarde, maar zijn tegelijk vogelvrij voor sloop en vergunningvrij verbouwen.

Waardevolle panden buiten het Beschermd Stadsgezicht kunnen op deze wijze beschermd worden tegen sloop en tegen het vergunningvrij geweld aan doen.

 Het bouwen zonder vergunning moet kunnen worden beperkt, voor bijvoorbeeld uitbouwsels in waardevolle binnenterreinen, of vervangen van fraaie dakbedekking door iets nieuws zonder karakter. 

 Als bouwen zonder vergunning mogelijk  is, is er ook geen toetsing door de Welstandscommissie.


Bescherming is niet alleen van belang vanuit een oogpunt van architectuur 
 maar ook vanuit historisch belang voor de plaatselijke geschiedenis. 

 In het Bestemmingsplan moet tegenwoordig ook staan welke panden en structuren waardevol zijn en hoe de gemeente daarmee om wil gaan. Ook gevelwanden kunnen zo worden beschermd. Nu worden te vaak losse panden beschermd, maar de waarde zit juist in het geheel van de gave gevelwanden, waar ook minder mooie panden tussen zitten die echter goed in het geheel passen.
In 2016 is een nieuw Bestemmingsplan opgesteld.



Welstandsnota:
Voor de
Welstandsnota is de basis het Bestemmingsplan en de beschrijving uit het beschermd Stadsgezicht, samen met de bestemmingsplannen van de overige wijken en dorpen. De Welstandsnota geldt dus voor de hele gemeente en er wordt van straten of wijken vermeld of ze meer of minder waardevol zijn uit oogpunt van cultuurhistorische bescherming. Er worden dan wel of niet hoge eisen gesteld aan vorm, afmeting en kleur van gevelelementen.
Vooral datgene dat op een ambachtelijke wijze is gebouwd moet op een goede bescherming kunnen rekenen. Met name als het gave verhoudingen heeft en samen met zijn directe omgeving een meerwaarde heeft. In de Welstandsnota zijn ook voorschriften opgenomen waaraan b.v. reclame-uitingen moeten voldoen. Bij het herzien van de Welstandsnota horen een aantal zaken meer aandacht te krijgen zoals de waardevolle winkelpuien en het te grote aantal platte daken. 
Vroeger bouwden rijke bewoners gesloten gevelwanden met daarachter binnentuinen met veel groen. Door het vergunningvrij bouwen lopen de binnenterreinen meer gevaar. Het kenmerkende van de binnenstad van Franeker is, dat er weinig verdichting is opgetreden. Oorspronkelijk hadden veel panden een grote rustige (verborgen) binnentuin. Veel winkels zijn richting tuin uitgebreid, soms met rechthoekige lelijke schuren. Voor de leefbaarheid van het centrum is het noodzakelijk om heel zuinig om te gaan met de binnenruimte. Ook aan het overige groen in de stad moet meer aandacht worden besteed. 

Tenslotte een citaat:
Er is veel aandacht voor harde, meetbare normen, waar gemeenten en anderen zich in principe aan te houden hebben. De niet-meetbare 'ruimte-lijke kwaliteit' (schoonheid, toekomstwaarde, behoud van erfgoed) komt er minder goed van af. Daar geldt kennelijk vooral het principe van vertrouwen, en dat is niet genoeg. Ruimtelijke kwaliteit is n.l. meer dan een optelsom van individuele belangen. De openbare ruimte is van ons allemaal. 

 

 

 



--------------------------------------------------------------------------------------------------

Aan de burgemeester en wethouders van Franekeradeel 

                                                                             Franeker, 3 maart 2015,

Onderwerp:

Zienswijze betreffende ontwerpstructuurvisie 2015-2025

Geacht college van B&W,

De in 1989 opgerichte en ruim 300 leden tellende, actieve Vereniging Vrienden van de Stad Franeker (hierna de vereniging genoemd) stelt zich statutair ten doel “het instandhouden en ontwikkelen van het eigen en bijzonder historische karakter van het Franeker stadsbeeld”. In overeenstemming met deze doelstelling dient het bestuur van de vereniging hiermee de navolgende zienswijze in betreffende de ontwerpstructuurvisie 2015-2025.

 De vereniging is positief over de waardering die er is voor het historische en groene karakter van de binnenstad. Echter, wat ons betreft mag de structuurvisie op dit gebied meer handen en voeten geven aan deze waardering. Aan het eind van deze zienswijze geven wij een aantal suggesties.

 Eerst onze opmerkingen, per pagina:

p. 15:   3.1 Ruimtelijke opgaaf
 “Bij het opstellen van de bestemmingsplannen voor de stad wordt overwogen om een beschermende regeling op te nemen.”
De vereniging betreurt het dat er niet wordt gesproken van het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en verzoekt de Erfgoedverordening in die zin aan te passen. Het opnemen van een beschermende regeling zou niet overwogen moeten worden maar uitgevoerd, de structuurvisie mag hier o.i. stelliger in zijn.

p. 15: “De groenstructuur van de stad behouden en daar waar mogelijk versterken.”
In lijn met het voorgaande pleit de vereniging voor het aanwijzen en beschermen van monumentale bomen.

p. 18/19:   3.2 De historische Binnenstad
De academietuin mag worden ingetekend op de kaart. Deze wordt terecht genoemd bij de ‘bijzondere verborgen plekken’ in de stad.

p. 19: Juist vanwege de bijzondere doorkijkjes door stegen zouden deze, waaronder de Schoolsteeg, niet verbreed mogen worden. Dit mag wat ons betreft expliciet worden genoemd.

p. 20: “Verbetering van de kwaliteit van de historische binnenstad.” De vereniging is het van harte eens met de opsomming van plekken in de stad die afbreuk doen. Er mag aan worden toegevoegd:

het pand op de hoek Vijverstraat/Harlingerweg, tegenover het Westerpoortgebouw. Dit pand doet afbreuk aan de (verderop besproken) entree vanaf de kant van de Harlingerweg.

p. 20: “Verbetering van de kwaliteit van de historische binnenstad./…/ Als deze locaties worden herontwikkeld, dan zal de nieuwbouw moeten passen binnen de maat en schaal van de binnenstad. Hierbij moet worden aangesloten bij de gemeentelijke Welstandsnota.” Juist daarom ziet de vereniging graag in de structuurvisie opgenomen dat de welstandsnota zal worden aangescherpt om te borgen dat de kwaliteit van de historische binnenstad inderdaad zal worden behouden en waar mogelijk versterkt.

p. 21:  3.2 “Franeker, een groene stad.”
De entree vanaf de Harlingerweg heeft al een hoog ‘groen’ gehalte en behoeft wat de vereniging betreft geen ‘kwaliteitsslag’.

p. 21/22: “Franeker, een groene stad.” De zichtlijn vanaf de binnenstad richting Arkens wordt gehinderd door hoge bomen. Mochten bomen worden vervangen, dan graag een minder hoge boomsoort kiezen.

p. 23: Bloemketerp  “Daarnaast is, mits sprake is van maatwerk en een goede waarborg voor het behoud van de unieke uitstraling van het gebied, versterking van de recreatieve functie mogelijk.”.
De vereniging is van mening dat er niet meer bijgebouwd moet worden op het Bloemketerpterrein, dus ook niet t.b.v. versterking van de recreatieve functie.

p. 25: 3.4. Ruimtebehoefte en maatregelen.
De foto toont duidelijk het storende uitzicht op het blik op de parkeerplaats. Graag zien wij maatregelen genoemd om dit uitzicht met groen te maskeren.

p. 28: Franeker de bereikbare stad  “Zoekgebied realisatie parkeervoorziening.”
Het gebied ter hoogte van de rotonde  is voor de meeste bezoekers te ver van de binnenstad. Het zoekgebied zal zich wellicht beperken tot de Harlingerweg ter hoogte van het stadspark en de begraafplaats. De vereniging ziet geen mogelijkheden om hier parkeerruimte te realiseren zonder dat deze omgeving zwaar wordt aangetast.

p. 37: “Transformatie van bedrijventerreinen naar wonen.” De vereniging ziet graag in de visie opgenomen dat bescherming van de historische scheepswerf van Draaisma wordt gegarandeerd.

p. 54: “Opwaardering Schoolsteeg e.o.” De vereniging ziet graag in de visie opgenomen dat de (te versterken) looproute Leeuwarderend-Schoolsteeg-Martiniplantsoen inderdaad een looproute blijft en dat hier geen doorgang voor autoverkeer wordt gecreëerd. De looproute zou, bij het toestaan van autoverkeer, niet alleen een stuk minder aantrekkelijk worden, het zou ook nog eens een aanslag betekenen op één van de ‘bijzondere verborgen plekken’ zoals genoemd op pag. 19.

p. 57/ 71: Franeker, bekend als sterrenstad.
Het Planetarium is niet alleen van bovenregionaal karakter, het heeft wereldallure als potentieel toekomstige Unesco-site. Dit zal consequenties hebben voor bezoekersaantallen. Let dus op toegankelijkheid over het spoor en over de weg, en op parkeergelegenheid o.a. voor touringcars.

Langs de A31 zou een bruin ANWB-toeristenbord moeten worden geplaatst. Ook dient de ANWB te worden gewezen op het ontbreken van bebording naar Franeker bij de ‘haak’ om Leeuwarden.

p. 62: Franeker, een toeristische stad.  Het kaatsmuseum is foutief gesitueerd.

p. 68: Franeker ‘zorgt voor de regio’
De ‘nieuwe school’ staat ingetekend op het Bloemketerp-terrein, terwijl het nog lang geen uitgemaakte zaak is dat hier een nieuwe school komt. De vereniging verzoekt om deze locatie te heroverwegen, gezien het breed gedragen protest hiertegen vanuit de gemeenschap, en gezien de adviezen die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in het verleden heeft gegeven.

 De Vereniging Vrienden van de Stad Franeker streeft ernaar om het historisch karakter van de Franeker binnenstad te behouden en te ontwikkelen, opdat deze aantrekkelijker wordt voor bewoners, toeristen en winkelend publiek. Uit onderzoek blijkt dat mensen liever kopen in een stad met een hoge belevingswaarde. Zo’n belevingswaarde is te vinden in een stad met veel monumenten, musea, horeca en evenementen. Daarnaast is een aantrekkelijke binnenstad voor bewoners cruciaal omdat dit veelal koopkrachtige bewoners trekt die ook graag iets over hebben voor het culturele leven in de stad.

Daarom wil de vereniging graag aan de structuurvisie bijdragen met een aantal suggesties:

·         Openbare functies zoals zorg en onderwijs moeten zo veel als mogelijk in de binnenstad blijven of er terugkeren, zo niet dan is het verlies aan vitaliteit desastreus.

·         Om leegstand van winkelpanden te minimaliseren dient druk op verhuurders te worden uitgeoefend om panden betaalbaar te laten zijn voor de (kleine) middenstand.

·         De vereniging zou enkele mogelijke projecten opgenomen willen zien in de structuurvisie, welke in de periode 2015-2025 kunnen worden gerealiseerd:

o   Herinrichting van de Breedeplaats: verwijderen van de ‘palen’, meer bomen en zitbanken, uitbreiden van mogelijkheden voor terrassen. Voor een eventuele fontein in het kader van ‘Culturele Hoofdstad 2018’ is de Breedeplaats de aangewezen locatie, mits het ontwerp past in de historische binnenstad.

o   De looproute van de supermarkten naar de binnenstad kan worden opgewaardeerd met de realisatie van een replica van de Oosterwaterpoort met kruittoren (Leeuwarderend/Bolwerk).

o   Replica van de Dongjumerpoort plaatsen (Froonacker/Bolwerk). Eén van de beide poorten kan worden ingericht als toeristisch informatiepunt.

o   Terugbrengen van grachten op bijvoorbeeld Raadhuisplein, Voorstraat en Leeuwarderend.

o   Herinrichting van de binnenstad wat betreft bestrating (geen gladde hardstenen stoepranden meer), groen (passende boomsoorten), verlichting (historisch verantwoorde lantaarns met warm licht) en straatmeubilair (hout een smeedijzer i.p.v. koud metaal). Tevens meer en fraaiere banken aan de bolwerken plaatsen.

 Hoogachtend,

Het bestuur van de Vereniging Vrienden van de Stad Franeker,

  

H. Haitsma, voorzitter                                  Drs. F. Ligthart, secretaris